“Onderwijsexpert Martin Valcke doorprikt 5 hardnekkige mythes over huiswerk en toont hoe je doelgericht, haalbaar en ouderneutraal thuisopdrachten geeft. MYTHE 1 Elk jaar 10 minuten meer huiswerk Martin Valcke (UGent): “Een van de mythes over huiswerk of ongeschreven regel dat je per leerjaar het best 10 minuten huiswerk bijtelt, is nergens op gebaseerd maar is op een of andere manier wel de norm geworden. Die regel negeert de sterke individuele verschillen tussen leerlingen.” “Bij jonge leerlingen heeft huiswerk weinig zin. Daar geldt zelfs: hoe meer huiswerk, hoe kleiner het effect. Want hun executieve functies zijn nog onvoldoende ontwikkeld om zelfstandig een taak tot een goed einde te brengen. En achteraf kunnen ze niet meer reconstrueren hoe ze het deden en of ze het gemakkelijk of moeilijk vonden. Jonge kinderen thuis 5 minuten laten lezen of maaltafels automatiseren kan uiteraard wel.” “Naarmate leerlingen ouder worden, krijgt huiswerk een klein positief effect . Start dus zeker met huiswerk vanaf de derde graad lagere school. In het secundair bouw je nog meer op tot een piek in de derde graad. Huiswerk draagt zo op langere termijn bij aan leerstrategieën en werkhouding.” MYTHE 2 Een betrokken ouder helpt bij huiswerk Martin Valcke: “Een leerling moet huiswerk thuis zelfstandig kunnen maken . Dat betekent niet dat ouders geen rol spelen. Zij kunnen helpen focussen, aanmoedigen om te starten en door te werken, interesse tonen en zorgen voor een rustige omgeving. Niet ondersteboven in de zetel of ’s morgens op de bus dus.” “Signaleren dat een huiswerktaak niet goed loopt, is ook een belangrijke taak voor ouders. Dus: affectieve ondersteuning zeker, cognitieve ondersteuning liever niet. Want hoe meer ouders inhoudelijk helpen, hoe slechter dat is voor de leerling. Hun uitleg – anders dan die van de leraar – kan net verwarrend zijn. Of ze gebruiken verouderde methodes, zoals de regel van 3 bij wiskunde of spellend lezen, waarbij je letters of klanken samenvoegt tot een woord.” “Ook huiswerk verbeteren doen ouders beter niet. En een presentatie of schrijfopdracht in de plaats van hun kind maken al zeker niet. Zo ontnemen ze hun kind kansen. Enkel bij luidop lezen is instant feedback van ouders gewenst. Dat is zelfs effectiever dan in stilte lezen, want het zorgt ervoor dat de leerling niet verkeerd oefent en begrijpt wat die leest.” “ Communiceer duidelijk naar ouders over wat ze beter wel en niet doen: stimuleren wel, uitleggen of overnemen niet. Ze kunnen thuis natuurlijk wel veel rijke prikkels geven: voorlezen, spelletjes spelen, samen naar het nieuws kijken of rekenen tijdens koken.” “Besef dat je als leraar bij huiswerk een belangrijk deel van het leerproces uit handen geeft. Je weet niet hoeveel tijd het de leerling kostte, welke tussenstappen of leerstrategie die gebruikte of hoeveel hulp die kreeg. Je kan leerlingen dan ook niet afrekenen op de ondersteuning die ze thuis al dan niet krijgen. Wat met ouders die nog geen Nederlands spreken of ons schoolsysteem niet kennen? Zorg dus dat je huiswerk ‘ ouderneutraal ’ is: een leerling moet het zonder inhoudelijke hulp van thuis kunnen maken.” MYTHE 3 Huiswerk maakt de brug tussen school en ouders Martin Valcke: “ Ouders wíllen heel graag huiswerk , net zoals leraren. Ze willen weten wat er op school gebeurt en hebben hoge verwachtingen voor hun kinderen. Huiswerk helpt zeker om de brug tussen school en ouders te leggen, maar dat is eigenlijk niet de belangrijkste doelstelling.” “Huiswerk dient vooral om leerstof, die al op school is verwerkt en ingeoefend, thuis extra in te oefenen . Leerstof laten herhalen, naverwerken, voorbereiden is daarom helemaal oké. Maar nieuwe leerstof zelfstandig verwerven niet. Dat blijft verleidelijk als de leraar of leerling ziek was en er leerstof ingehaald moet worden. Maar zinvol huiswerk is: stilstaan bij wat je op school doet en leerstof verankeren.” © Eva Vlonk Martin Valcke, onderwijsexpert: “Hoe meer ouders helpen, hoe slechter voor de leerling.” MYTHE 4 Huiswerk is altijd zinvol Martin Valcke: “Het is een mythe dat huiswerk altijd zinvol is. We geven huiswerk uit gewoonte , maar we staan er te weinig bij stil of en wanneer het effect heeft. En tegelijkertijd zuchten we als we weer een stapel huiswerk moeten verbeteren.” “Uit onderzoek blijkt dat zinvol huiswerk heeft wel degelijk een positief effect heeft, maar er zijn veel voorwaarden en de mechanismes complexer dan we dachten. Dus huiswerk geven zonder goed over na te denken over de doelstelling en de koppeling met de leerstof in de klas, is geen goed idee. Dan wordt het tijdverlies. Het kan zelfs averechts werken en leermoeheid in de hand werken.” “Zinvol huiswerk start in de klas en sluit aan bij de leerdoelen van de dag ervoor en erna. Als leerlingen thuis een tekst moeten lezen, wat is je plan daarmee in de volgende les? Hoe sluit dat stuk huiswerk aan op wat je in de klas doet?” “Maak huiswerk ook motiverend en gevarieerd . Dat is absoluut niet hetzelfde als leuk. Huiswerk motiveert als leerlingen autonomie, betrokkenheid en competentie ervaren. Kunnen ze kiezen tussen verschillende werkvormen? Sluit de opdracht aan bij wat hen bezighoudt? En kregen ze in de klas voldoende mee om zelfstandig aan de slag te gaan?” “Verder geldt: hoe sneller de leerling van jou (of een digitaal platform) feedback krijgt op huiswerk, hoe beter. En punten geven op huiswerk? Dat kan, maar het eerste doel is oefenen, niet evalueren.” MYTHE 5 Iedereen gelijk, dus hetzelfde huiswerk Martin Valcke: “Niet elke leerling moet hetzelfde huiswerk maken. Effectief huiswerk is gedifferentieerd en aangepast aan de fase van het leerproces. Elke leerling moet zijn niveau van huiswerk zelfstandig kunnen maken.” “De ene leerling beheerst de leerstof nog niet en zal thuis zonder ondersteuning van een onderwijsprofessional ook niet bijbenen. Dat moet op school gebeuren. Een andere leerling kan extra automatisering gebruiken. En nog een andere leerling beheerst alles al en heeft geen of uitdagender huiswerk nodig. Méér huiswerk is niet de oplossing , beter afgestemd huiswerk wel.” Nog meer werk voor leraren dus? “Niet noodzakelijk. Nu kruipt er ook tijd in huiswerk dat te weinig oplevert. Want hoe zinvol is het om opdrachten te verbeteren waar leerlingen te weinig van opstaken? Een haalbare manier is je klasgroep in niveaugroepen indelen, ervaring en materiaal opbouwen en uitwisselen in het team.” “Neem een huistaak over de woningmarkt. De eerste groep moet een tekst over huren of kopen lezen en samenvatten. De tweede groep krijgt een tabel om 3 verschillen tussen huren en kopen op te lijsten. Bij een derde groep is de eerste kolom ‘huren’ al ingevuld. Geef ze scaffolds om het leerdoel stap voor stap te verwerven. En modelleer, toon hoe ze het moeten aanpakken.” “Verbeterwerk is niet meteen de favoriete bezigheid van leraren. Toch stoppen we met zijn allen veel tijd in taken en toetsen verbeteren. Die tijd kunnen we ook effectiever inzetten om leerdoelen te bereiken.” Het bericht 5 mythes over huiswerk verscheen eerst op Klasse .
Original story
Continue reading at Klasse Vlaanderen
www.klasse.be
Summary generated from the RSS feed of Klasse Vlaanderen. All article rights belong to the original publisher. Click through to read the full piece on www.klasse.be.
