““De tutor is bij ons het eerste aanspreekpunt voor de leerling”, zegt zorgcoördinator Kris Marsboom van Campos in Turnhout. “Die heeft een persoonlijke band met de leerlingen, kent ze het best, en lost problemen op nog voor ze problemen worden.” Kris Marsboom, zorgcoördinator Campos, Turnhout: “Tutoring bestaat in onze school al sinds het begin van de jaren 80. We zochten daarvoor inspiratie in het Engelse onderwijs, waar dat ingeburgerd is. Alle leraren – ook starters – krijgen, afhankelijk van hun takenpakket, 5 tot 10 leerlingen voor wie ze het eerste aanspreekpunt zijn op school, ook voor hun ouders en de collega’s. Klastitularissen zijn er ook, maar die staan eerder in voor het administratieve en organisatorische.” “We leggen het tutorsysteem meteen uit op de infomomenten bij het begin van het schooljaar. In de derde week van september kiezen de leerlingen dan hun tutor. Op dat moment weten ze al met welke leraar het klikt. Ze geven 3 namen op; meestal krijgen ze hun eerste keuze. Ze kiezen uit een lijst van de leraren van wie ze les hebben, al staan niet alle vakleraren daarop. Sommige leraren komen immers in verschillende graden, of geven kleinere vakken. Dan kom je al snel in meer dan 10 klassen, en daar kan je niet overal verkiesbaar zijn.” © Tine Schoemaker Kris Marsboom, zorgcoördinator: “Ook bij de deliberatie heeft de tutor een belangrijke adviserende rol.” Cruciale stem in het team “Elke tutor heeft een kennismakingsgesprek met zijn tutees . Zo bouw je vertrouwen op. Daarna kunnen de leerlingen op elk moment bij hun tutor terecht. In de eerste graad is dat vooral met vragen over welbevinden: pesterijen, angst voor de examens of een thuissituatie die niet goed zit. Vanaf de tweede graad zijn de vragen meer schoolgericht: hoe je een vak moet studeren of een planning aanpakken. Maar het socio-emotionele aspect blijft een rol spelen, want de persoonlijke band is tegen dan al sterk.” “Als tutor volg je ook de resultaten van je tutees op. Je bespreekt elk rapport met hen, schrijft de commentaren en doet de oudercontacten. Je bespreekt met je tutee ook individueel de planning voor de proefwerken. Sommige leerlingen geven aan dat ze dat niet nodig hebben, bij anderen grijpt de tutor zelf in als hij merkt dat het zou kunnen mislopen. Best intensief, maar we leggen die taak bewust bij de tutor omdat die minder leerlingen onder zijn hoede heeft dan de klastitularis, en omdat die zo de leerling door en door leert kennen.” “Dat betekent niet dat je er alleen voor staat. Elke tutor maakt deel uit van het klasteam . Daarin zitten de klastitularis en de leraren die het grootste aantal uren in die klas geven. Ze komen minstens 1 keer per maand samen, maar veel klasteams vergaderen bijna elke week. Ze bespreken de vorderingen, gedrag en afwezigheden van de leerlingen, bekijken wie remediëring nodig heeft … De tutoren hebben daarin een cruciale stem, omdat zij de leerlingen goed kennen en kunnen inschatten hoe je ze het beste kan begeleiden.” “Ook bij de deliberatie speelt de tutor een belangrijke adviserende rol. Als je een goede reden hebt om een leerling te verdedigen, verwachten we dat je dat ook doet. Je hebt vaak sterke argumenten, waar ook rekening wordt mee gehouden, net omdat je de leerling goed kent, weet welke richting die uit wil, kan duiden waarom die minder presteerde dan verwacht. Op die manier kan je gewicht in de schaal leggen.” © Tine Schoemaker Kris Marsboom, zorgcoördinator: “Een tutor staat er niet alleen voor: bij problemen schakelt die de juiste begeleiding in.” Geen tovenaar “Een tutor hoeft natuurlijk niet alles zelf op te lossen . Als het over een probleem gaat waarvoor die niet is opgeleid, of waar die niet alleen mee verder kan, dan schakelt die de leerlingenbegeleider, zorgcoördinator, het antipestteam of eventueel het CLB in. Het kan ook omgekeerd: dat de leerlingenbegeleider iets opvangt en dan de tutor aanspreekt. Op die manier slagen we er ook in om de leerlingenbegeleider niet te overspoelen met vragen.” “We merken het effect van tutoring ook bij ouders; die zijn heel tevreden over het systeem. En als we een oud-leerlingenavond organiseren, komen mensen spontaan met hun voormalige tutor babbelen. We zetten ons tutor-systeem dan ook graag in de verf en praten erover met collega’s van andere scholen tijdens vormingen. We krijgen enthousiaste reacties, maar voelen ook terughoudendheid om het systeem zelf in te voeren: wat met de werkdruk, en is elke leraar wel geschikt als tutor? Voor ons hoort dat gewoon bij je opdracht als leraar, los van je persoonlijkheid.” “Of het tutorsysteem een dam opwerpt tegen ongekwalificeerde uitstroom ? Als leerlingen schoolmoe zijn en opgeven, heb je daar als tutor niet altijd vat op. Maar in situaties waar de tutor argumenten op tafel legt, geven we vaker een B-attest met advies dan een C-attest, zeker bij de overgang van de tweede naar de derde graad. Je kan als tutor ook preventief ingrijpen. Als het bij een leerling fout dreigt te lopen, kan het effect hebben als je ernaartoe stapt: ‘Doe je zo verder, dan heb ik niets meer om jou te verdedigen. Zorg er dus voor dat ik wel voldoende stof heb om iets voor je te betekenen’.” © Tine Schoemaker Kris Marsboom, zorgcoördinator: “De drempel om naar je tutor te stappen is een stuk lager dan om de titularis aan te spreken.” Lage drempel “Na bijna een halve eeuw tutoring hier op school, zijn de basisprincipes nog altijd dezelfde, maar de socio-emotionele problemen zijn toegenomen, vaak vanwege de thuissituatie. Die kunnen we natuurlijk niet allemaal oplossen. Maar we proberen wel de impact ervan op school te verminderen. We hebben nu ook meer anderstalige leerlingen. Daarom werken we goed samen met de OKAN-scholen, waar de tutor een antennerol speelt. Die bekijkt hoe het Nederlands van ex-OKAN-leerlingen evolueert en of ze een taalbad nodig hebben.” “Het sterkste punt van ons tutorsysteem? De persoonlijke band die je opbouwt met de leerling. De drempel om naar je tutor te stappen is een stuk lager dan om de titularis aan te spreken. Stel dat een leerling vindt dat die bij de correctie van een toets niet fair is behandeld, dan kan je als tussenpersoon zowel de leraar in kwestie aanspreken, als samen met de leerling bekijken of zijn gevoel al dan niet juist is, en daarna de nodige stappen zetten.” “Zo had een leerling een C-attest in het zesde jaar en besloot zijn jaar over te doen. Samen met de tutor zocht hij naar de oorzaak van zijn falen. De tutor startte een intensieve begeleiding om de leerling te leren plannen. Gevolg: met vlag en wimpel geslaagd, en de leerling vertelt dat hij zijn diploma te danken heeft aan de begeleiding van zijn tutor. Een andere leerling, met faalangst, kreeg vlak voor zijn examen een paniekaanval. We haalden de tutor erbij. Na een goed gesprek kalmeerde en maakte het proefwerk. Sindsdien spreekt die tutor telkens voor het proefwerk af zodat de leerling rustig aan zijn examen kan beginnen. Als tutor los je zo problemen op nog voor ze een probleem worden .” Het bericht Elke leerling zijn tutor verscheen eerst op Klasse .
Original story
Continue reading at Klasse Vlaanderen
www.klasse.be
Summary generated from the RSS feed of Klasse Vlaanderen. All article rights belong to the original publisher. Click through to read the full piece on www.klasse.be.
