skipToContent
United StatesAll policy

Het ABC van de nieuwe minimumdoelen wiskunde

Klasse Vlaanderen United States
Het ABC van de nieuwe minimumdoelen wiskunde
Vanaf schooljaar 2026-2027 passen basisscholen verplicht de nieuwe minimumdoelen voor wiskunde toe van de kleuterklas tot het derde leerjaar. Wat verandert er echt? En hoe pak je dat haalbaar aan in je klas en op school? © Katoo Peeters Filip Moons, universitair docent wiskundedidactiek (Universiteit Utrecht): “Probleemoplossend denken start al bij de kleuters.” Waarom zijn er nieuwe minimumdoelen wiskunde in het basisonderwijs? Filip Moons: “De resultaten van onze leerlingen dalen al jaren, niet alleen voor wiskunde. Uit nationale en internationale testen blijkt dat minder leerlingen de eindtermen halen en dat Vlaanderen zijn sterke positie in wiskunde kwijt is. Vooral metend rekenen en meetkunde gaan achteruit. Dat ligt natuurlijk niet alleen aan die oude eindtermen, maar een deel van die kwaliteitsdaling ontstaat al in het basisonderwijs. Met deze vernieuwing wil het beleid opnieuw sterker inzetten op kwaliteit.” “Een andere reden: de oude doelen konden wel een update gebruiken na ongeveer 20 jaar. Sommige doelen verwezen zelfs nog naar Proton, een betaalmiddel dat al lang verdwenen is.” “Bovendien blijft de kloof tussen leerlingengroepen groot. Meisjes scoren gemiddeld een beetje lager dan jongens. En leerlingen uit een kwetsbare socio-economische context presteren duidelijk zwakker.” “De nieuwe, kennisrijke minimumdoelen leggen de lat hoger en zetten in op een stevige basis voor alle leerlingen. Dat is belangrijk voor gelijke kansen, sociale mobiliteit en een sterke verdere schoolloopbaan.” Wie is Filip Moons? vakdidacticus wiskunde aan de Universiteit Utrecht voormalig lerarenopleider wiskunde aan UAntwerpen en wiskundeleraar aan het Atheneum Karel Buls in Brussel voorzitter van de expertgroep wiskunde basisonderwijs betrokken bij de eindtermen wiskunde in het secundair Wat is het verschil met de vroegere eindtermen wiskunde basisonderwijs? Filip Moons: “De nieuwe minimumdoelen wiskunde voor het basisonderwijs zijn veel concreter met scharniermomenten in de derde kleuterklas, vierde en zesde leerjaar. Omdat abstracte taal in een minimumdoel onvermijdelijk is, worden veel doelen concreet gemaakt aan de hand van een voorbeeld.” “De minimumdoelen rond getallenkennis voor de kleuters moeten op populatieniveau bereikt worden, dus zoveel mogelijk leerlingen. De andere doelen zijn na te streven. Voor de lagere school moeten ze individueel bereikt zijn op het einde van het lager onderwijs.” “De vroegere eindtermen beschreven wat je op het einde van het basisonderwijs moest kennen en kunnen. Nu is er ook een logische opbouw met een duidelijke leerlijn en samenhang tussen de 6 domeinen van onze wiskunde: getallenkennis, bewerkingen, meten en metend rekenen, meetkunde, kansrekenen en statistiek, probleemoplossend denken en vraagstukken.” “We gaan van een gatenkaas naar een mooie kast met goed gevulde schuiven. Vroeger deden we een les procent, dan een les metend rekenen en nog een over cijferen. Omdat een handboek inzet op afwisseling voor kinderen. Maar zo zit er geen groter verhaal en samenhang in.” Moet een leraar extra wiskunde studeren door de minimumdoelen wiskunde? Filip Moons: “Dat valt heel erg mee. De wiskunde is niet veranderd maar in de nieuwe opbouw zijn er wel verschuivingen in de leerstof .” 1. Minder nadruk op cijferen. “Dit onderdeel komt minder uitgebreid aan bod omdat het getalbereik bewust wordt beperkt. Zo staan staartdelingen nog op het programma, maar alleen met deeltallen tot 10.000 en tweecijferige delers. De reden? Tegenwoordig loopt iedereen met een rekentoestel rond in zijn smartphone. Rekenen op papier boet zo aan belang in. Daardoor komt er tijd vrij voor andere onderdelen.” 2. Breuken, decimale getallen en percenten vormen één geheel. “Delen met breuken, een stukje leerstof uit het eerste jaar secundair, wordt nu volledig in de lagere school behandeld. Dat is een grote verandering en de meest abstracte leerstof voor leraren uit het vijfde en zesde leerjaar.” “Maar voor de leerlingen wordt het gemakkelijker als we alles van breuken samen behandelen. Ze zien de samenhang: decimale getallen en procenten zijn geen aparte werelden, maar gewoon andere verschijningsvormen van breuken. Zo kan je heel eenvoudig rekenen met decimale getallen en procenten door ze om te zetten naar een breuk.” 3. Aandacht voor correcte, wiskundige notatie. “We hechten veel belang in de doelen aan correcte wiskundige notaties. In de basisschool komen, vaak met de beste bedoelingen, al eens notaties voor die wiskundig niets betekenen of zelfs fout zijn. Dat is erg verwarrend voor leerlingen.” “Denk bijvoorbeeld aan ‘breien’ waarbij het gelijkheidsteken als afkorting voor tussenstappen wordt gebruikt: 76 + 23 = 76 + 20 = 96 + 3 = 99. Dat is wiskundig fout: 76 + 23 is niet gelijk aan 76 + 20. Ook trucjes als de sokmethode zien we liever niet omdat leerlingen deze notaties later weer moeten afleren. Die trucjes zijn goed bedoeld maar het gevaar bestaat dat het trucje de leerstof wordt en leerlingen alleen het trucje kennen, zonder te begrijpen waarom.” 4. Probleemoplossend denken start al bij de kleuters. “Ook hier krijgen leraren een leerlijn met voorbeelden als houvast. Die zijn richtinggevend en geen strakke voorschriften. Dat geeft leraren en leerlingen de nodige vrijheid. Als een leerling in het derde leerjaar al een oplossingsstrategie gebruikt die pas in het vijfde leerjaar als voorbeeld staat, dan is dat net mooi meegenomen.” © Katoo Peeters Filip Moons: “We schuiven op van een procedurele wiskunde naar meer inzichtelijke kennis.” Wat is er kennisrijk aan de minimumdoelen wiskunde basisonderwijs? Filip Moons: “Wiskundige kennis mag je niet verengen tot losse feiten of formules die leerlingen vanbuiten leren zonder begrip. In wiskunde hangt kennis altijd samen met inzicht: begrippen, procedures, bewerkingen, eigenschappen en notaties vormen samen een logisch geheel dat doorheen de schoolloopbaan stap voor stap wordt uitgebouwd.” “In de minimumdoelen maken we daarom binnen het luik kennen een onderscheid tussen feitelijk kennen en inzichtelijk kennen . Feitelijk kennen wordt in de minimumdoelen aangeduid met een [F], inzichtelijk kennen met een [I]. Uiteraard zijn er ook heel wat doelen die leerlingen moeten kunnen uitvoeren: bewerkingen, technieken en procedures. Dat is de procedurele kennis. Deze 3 vormen van kennis zijn in wiskunde sterk met elkaar verweven en vormen samen de basis voor kwalitatief wiskundeonderwijs.” “Neem bijvoorbeeld vermenigvuldigen: Leerlingen moeten inzichtelijk begrijpen dat 3 × 7 neerkomt op herhaald optellen: 7 + 7 + 7. Feitelijk moeten ze het begrip vermenigvuldiging kennen en de maaltafels na enige tijd oefenen voldoende geautomatiseerd hebben. Zo wordt 3 × 7 = 21 vlot beschikbare kennis. Daarnaast moeten ze zulke bewerkingen natuurlijk ook correct kunnen uitvoeren.” “Het onderscheid tussen inzichtelijk en feitelijk kennen maakt het ook mogelijk om in de doelen correcte wiskundige termen zoals ‘commutativiteit’ te gebruiken. Leerlingen moeten bijvoorbeeld begrijpen dat 7 maal 3 hetzelfde is als 3 maal 7. Of je nu 7 groepjes van 3 knikkers hebt of 3 groepjes van 7 knikkers, je komt telkens uit op 21 knikkers. In de klas kan een leraar de gemakkelijkere term ‘wisseleigenschap’ gebruiken, maar in de doelen tonen we ook de formele term die leerlingen later in het secundair onderwijs opnieuw tegenkomen.” “Bij feitelijke kennis benoemen we ook begrippen die leerlingen zelf moeten kennen . Zo is er een verschil tussen een cijfer en een getal: cijfers zijn de symbolen 0 tot en met 9, terwijl getallen opgebouwd zijn uit 1 of meer cijfers. Ook bij meten is precisie belangrijk: we meten niet zomaar ‘de deur’, maar de hoogte, breedte of oppervlakte van de deur.” “We hebben ook bewust geprobeerd de doelen heel concreet te formuleren: bijna alle doelen zijn rechtstreeks te vertalen naar lessenreeksen. Daarnaast was samenhang een belangrijk aandachtspunt, zowel doorheen de leerjaren als binnen de 6 wiskundedomeinen. Net die concrete uitwerking en sterke samenhang zijn kenmerkend voor een kennisrijk curriculum.” “Zo is er ook gestreefd naar meer horizontale samenhang tussen wiskunde en andere vakdisciplines zoals wetenschap, aardrijkskunde, geschiedenis en ICT. De leerlingen van het zesde leerjaar moeten voor wetenschap en techniek bijvoorbeeld de massadichtheid van voorwerpen kunnen onderzoeken. Daarvoor hebben ze kennis van massa en volume nodig – wiskunde dus.” Moeten kleuters nu veel meer wiskunde leren? Filip Moons: “Wiskunde voor kleuters mag ambitieuzer en vollediger, maar toch houden we de nieuwe minimumdoelen wiskunde haalbaar voor kleuters . Alle kinderen moeten op het einde van de derde kleuterklas de minimumdoelen kunnen halen. Bovendien zijn er grote ontwikkelingsverschillen op die leeftijd. Laat dat je natuurlijk niet weerhouden om met sommige leerlingen verder dan de minimumdoelen te springen.” “Kleuters moeten zeker geen kale sommen op rekenblaadjes maken, maar via concreet handelen tot wiskundig inzicht komen. Ze ontdekken de wereld via wiskunde. Ze tellen niet alleen 5 stoelen, maar begrijpen ook dat ‘5’ dezelfde hoeveelheid blijft. Of het nu om het tellen van stoelen, blokken of knuffels gaat. En ook de volgorde waarin je die objecten telt, maakt niet uit. Deelt een kleuter koekjes uit? Dan oefent die tellen, hoeveel kinderen er zijn, of er genoeg koekjes zijn, en hoe je die eerlijk verdeelt.” “Op het einde van de kleuterklas moeten kleuters getallen kunnen lezen , maar nog niet schrijven. We willen op die leeftijd vooral inzetten op inzicht in hoeveelheden en relaties. Als we tegelijk al sterk focussen op getallen schrijven, gaat er te veel aandacht gaan naar de motorische handeling. En de onderliggende inzichten moeten net centraal staan. Precies dat vormt de basis om in het eerste leerjaar de overstap te maken naar wiskunde op papier.” “Kleuters krijgen wel meer getallenkennis en bewerkingen . Ze moeten niet tot 10 maar tot 20 akoestisch tellen of de telrij opzeggen. We verwachten ook meer dan resultatief tellen. Een kleuter moet bijvoorbeeld niet alleen 4 auto’s kunnen tellen, maar ook begrijpen dat er 3 overblijven als je er 1 wegneemt. En dat het er 5 zijn als je 1 auto bij die 4 zet. Het is belangrijk dat kleuters daarbij leren terugtellen en doortellen, en niet telkens opnieuw van voren af aan alle auto’s beginnen tellen. Zo leg je echt een hele sterke basis voor de lagere school.” “Wat wel nieuw is in de kleuterklas: kansrekenen . Er is een duidelijke woordenlijst die ze actief moeten beheersen. Bijvoorbeeld: ‘Bij Twister komt de pijl nooit op oranje’, ‘De spinner duidt mij misschien aan om te beginnen’, of ‘Het regent altijd als ik mijn paraplu open.’” © Katoo Peeters Filip Moons: “Kennisrijke wiskunde wil niét zeggen dat kleuters plots rekenblaadjes moeten maken.” Hoe start je als leraar met nieuwe minimumdoelen wiskunde in je klas? Filip Moons: “Ik begrijp dat leraren bij nieuwe leerstofonderdelen koudwatervrees hebben. Dat mag je luidop zeggen. Toch moet je erdoor. Deze acties helpen. ” 1. Durf hulp te vragen. “Aan je collega’s of de pedagogische begeleiding. Niet iedereen moet in alles even goed zijn, gebruik de diversiteit van je team.” 2. Vertrek in het kleuteronderwijs niet alleen vanuit thema’s. “Start ook vanuit de wiskunde. Anders riskeer je leerdoelen over te slaan of slechts heel incidenteel en zonder herhaling te behandelen. Check zeker of je alles hebt behandeld.” “Vertrek bijvoorbeeld van kansrekenen en bedenk daar leuke activiteiten bij met het spel Twister of een dobbelsteen. Of integreer bewust meetkunde tijdens een uitstap. Zoek driehoeken of iets wat niet rond is. Laat leerlingen in het park onder of tussen bomen staan. Laat ze stenen en takken rangschikken of sorteren. En gebruik die moeilijkere termen.” 3. Bundel leerstof. “In de lagere school raad ik aan om minder af te wisselen en op te knippen. Doe enkele lessen niets anders dan procenten en verbind ze met breuken. Durf je handboek los te laten en leerstof te bundelen. Als online oefeningen of een invulboek tussenstappen vragen, schrap die dan voor leerlingen die dat niet meer nodig hebben.” Hoe start je als school met nieuwe minimumdoelen wiskunde? Filip Moons: “Alle nieuwe minimumdoelen voor wiskunde, Nederlands en andere vakdisciplines snel invoeren is niet evident. Weet dat de veranderingen voor wiskunde al bij al meevallen . Andere vakdisciplines kennen grotere verschuivingen en meer inspanningen. Ik hoop dat daardoor de aandacht voor wiskunde niet ondergesneeuwd raakt. Anders krijgen we een omgekeerd effect: minder focus op wiskunde in plaats van meer.” “Ik pleit voor een evenwicht tussen snelheid, urgentie en pragmatiek. Kies als school je prioriteiten. Maak een haalbare tijdlijn. Niet alles moet van in het begin perfect lopen. En maak zeker gebruik van de ondersteuning van de leerplandoelen, handboeken en de pedagogische begeleidingsdienst. De webinarreeks LeerBuffet is speciaal ontwikkeld om lerarenteams bij te staan bij de opstart.” Gaan we met de nieuwe minimumdoelen beter scoren op wiskunde? Filip Moons: “1 op de 6 Vlaamse leerlingen is volgens PISA functioneel laaggecijferd en dat aantal stijgt. Een korting berekenen of het gepaste wisselgeld teruggeven, kunnen die kinderen niet. Dat is een gigantisch probleem. De basis voor deze noodzakelijke vaardigheden wordt in het lager onderwijs gelegd. Daar moeten de nieuwe minimumdoelen garant voor staan. En met de verrijkingsdoelen stimuleren we de hoogpresteerders voor wiskunde. Want ook daarvan hebben we de helft minder in vergelijking met 2003.” “Verwacht morgen nog geen wonderlijke boost in de wiskundecijfers van je leerlingen. Laat ons vooral kijken op lange termijn. En er is meer: uit onderzoek blijkt dat leraren die bezig zijn met het curriculum meer eigenaarschap ervaren. Dat is op zich al een enorme katalysator voor zowel onderwijskwaliteit als werkplezier. Want uiteraard is goesting ook belangrijk. Geef niet les voor de Vlaamse toetsen of de inspectie, maar voor je leerlingen.” Sinds 1 september 2025 gelden nieuwe minimumdoelen voor kinderen in het kleuter- en lager onderwijs . Met meer nadruk op expliciete kennisopbouw en als doel maximale onderwijskansen voor elk kind. Het bericht Het ABC van de nieuwe minimumdoelen wiskunde verscheen eerst op Klasse .
Share
Original story
Continue reading at Klasse Vlaanderen
www.klasse.be
Read full article

Summary generated from the RSS feed of Klasse Vlaanderen. All article rights belong to the original publisher. Click through to read the full piece on www.klasse.be.