skipToContent
🌐All curriculum

Technisch lezen: van zwak naar strak

Klasse Vlaanderen Global
Technisch lezen: van zwak naar strak
In basisschool GAAF! in Aalst behalen bijna 4 op de 5 leerlingen het gewenste technisch-leesniveau of hoger. Opvallend: nauwelijks een jaar geleden haalde datzelfde aantal de lat níet. Hoe keerden ze als team het tij? Shari Stuerebaut, taalcoördinator: “Al enkele schooljaren na elkaar stelden we een daling vast in het aantal kinderen dat het gewenste leesniveau behaalt. Op het dieptepunt waren dat 4 op de 5 leerlingen. Technisch lezen ging moeizaam, begrijpend lezen dus ook. En ook bij andere vakken merkten we de impact : je kan amper een rekenvraagstuk oplossen als je werkgeheugen al zwaar belast wordt met het decoderen van de opgave.” “Daarom gingen we als team nadenken. In onze school zitten samenwerken en een professionele leercultuur gelukkig al ingebed: onze leerjaren van peuterklas tot zesde leerjaar zijn gebundeld in 4 units. In elke unit is een team van leraren samen verantwoordelijk. Daarnaast hebben we een professionele leergemeenschap (PLG) van vakexperten Nederlands. Op die manier sta je er als leraar niet alleen voor én heb je tijd en ruimte binnen je schoolopdracht om te professionaliseren.” © Kevin Faingnaert Shari Stuerebaut, taalcoördinator: “Een rekenvraagstuk oplossen lukt moeilijk als de opgave lezen al veel energie vraagt.” Op onderzoek Shari: “We onderzochten de oorzaken van die dalende trend en vooral hoe we het technisch-leesniveau van de leerlingen konden verbeteren. Het doel? Minstens 4 op de 5 leerlingen moesten het gewenste leesniveau 1 jaar later wél halen. We startten met praktijkonderzoek en verzamelden kwantitatieve en kwalitatieve data.” “We analyseerden onze methodegebonden leestoetsen en de AVI-resultaten. Daarna vroegen we de leraren hoeveel minuten effectief leesonderwijs in hun weekrooster zat en welke aanpak ze hanteerden bij risicolezers. Vervolgens observeerden we leeslessen en achterhaalden of daar een lijn in zat doorheen de jaren. Tot slot raadpleegden we wetenschappelijke bronnen, zodat we onderbouwde beslissingen konden nemen om onze school- en klaspraktijk te versterken.” Adeline Vanwassenhove, coach unit 2: “We stelden vast dat we weinig tot niet aan technisch lezen deden omdat er veel ballast zat in onze methodes. Er kroop te veel tijd in lessen met een te beperkt rendement . Bovendien zat er ook geen verticale lijn in het technisch-leesonderwijs. We bouwden te weinig voort op wat onze collega’s in het voorgaande jaar hadden gedaan. En onze interventies voor risicolezers waren vooral remediërend, zo bleek.” “Daarnaast hadden we in het eerste en tweede leerjaar veel routines in functie van technisch lezen: maandelijkse leestestjes, de voor-koor-door-strategie, racelezen, theaterlezen, dagelijks woorden flitsen … Maar vanaf het derde leerjaar verdween dat geleidelijk aan, en in de bovenbouw lazen leerlingen maar sporadisch meer luidop.” “Terwijl net daar de grootste groep leerlingen zat die het gewenste AVI-niveau niet haalde. Dat was ook de groep die nauwelijks nog las . Tijdens vrije leesmomenten kwamen velen niet spontaan tot lezen en ‘bladerden’ ze alleen maar. Leesmotivatie is nu eenmaal onlosmakelijk verbonden met vlot lezen: wie niet vlot leest, beleeft er ook weinig plezier aan.” © Kevin Faingnaert Adeline Vanwassenhove, coach unit 2: “Een goede leesstart begint niet in het eerste leerjaar, maar al vanaf de kleuterklas.” Het plan Shari: “Het aantal minuten effectief lezen moest dus veel hoger. Via een webinar kwamen we in contact met Marita Eskes, een Nederlandse onderwijsadviseur en auteur van het boek ‘Technisch lezen in doorlopende lijn’. We kochten het boek aan voor elke vakexpert Nederlands en lazen met z’n allen telkens een hoofdstuk als voorbereiding van de volgende PLG-samenkomst. Dat werkte als een eyeopener voor het team. Het mooie was dat collega’s hun lessen al aanpasten toen ze het boek nog aan het lezen waren.” “We beseften dat een goede leesstart niet begint in het eerste leerjaar, maar al vanaf de kleuterklas . Kinderen die thuis opgroeien in een (Nederlands)talige, rijke context starten met een grote voorsprong op kinderen die opgroeien in een (anders)talige, kansarme context. We wilden dan ook een taalrijk aanbod bieden aan élk kind. Want iedereen kan leren lezen, en aan de voorwaarden voor leessucces werk je het best zo vroeg mogelijk. De school bepaalt in grote mate of een leerling goed leert lezen. Een schoolbrede visie op leesonderwijs, waar preventie deel van uitmaakt, is dus nodig.” We gooiden alle ballast uit onze methode Adeline Vanwassenhove coach unit 2 Adeline: “Daarom zetten we al van bij de jongste kleuters in op beginnende geletterdheid, zowel tijdens spel als door het hun bewust aan te bieden. We werken aan klankbewustzijn en letterkennis. We combineren ook woord en beeld (dual coding) als we in onze kleuterklassen een woordweb maken, en in de lagere school een mindmap. We schuwen geen moeilijke woorden , integendeel. We gebruiken rijke (prenten)boeken en lezen herhaald interactief voor, met telkens een ander luisterdoel. Waar vroeger verschillende boeken aan bod kwamen in een thema, zetten we nu 1 boek centraal .” “We gooiden alle ballast uit onze methode, en voor technisch lezen kozen we materiaal dat woordrijtjes en teksten combineert. Leren lezen doen we via de GRRIM-methodiek : ‘Ik – wij – jullie – jij’. Eerst leest de leraar voor en modelleert eventuele leesmoeilijkheden. Daarna lezen de leraar en de leerlingen samen luidop voor. Vervolgens lezen de leerlingen samen met een schoudermaatje en ten slotte leest elk kind om beurt een woord of zin voor.” “Ook in het tweede, derde en vierde leerjaar roosteren we 2 à 3 uur per week in voor technisch-leesonderwijs. Op die manier werken we aan vlot en accuraat lezen. Ook in de derde graad behouden we minimaal 1 uur technisch lezen in het weekrooster.” “Voor onze risicolezers komt boven op het basispakket nog een uur extra leesinstructie per week. Hier werken we op 2 sporen: enerzijds vormen we 2 keer per week klasoverschrijdende (lees)niveaugroepen waarbij alle beschikbare leraren (en vrijwilligers) een technisch-leesinstructie geven aan een groep leerlingen met eenzelfde AVI-niveau.” “De overige tijd draaien ook de risicolezers binnen de eigen klas mee en krijgen instructie in het gewenste leesniveau van de klas. Dat betekent dat we lesgeven vanuit hoge verwachtingen voor alle leerlingen. We bieden – opnieuw volgens de GRRIM-methodiek – de tussenstappen of scaffolds aan zolang de kinderen die nodig hebben.” © Kevin Faingnaert Shari Stuerebaut, taalcoördinator: “Dat leerlingen uit de risicozone kruipen, is misschien wel onze grootste prestatie.” Het resultaat Shari: “Na een half jaar zien we al de eerste effecten in onze leesresultaten en zitten we al dicht bij onze doelstelling: bijna 4 op de 5 leerlingen behalen het gewenste leesniveau of hoger. Bovendien kruipen leerlingen uit de risicozone, wat nog de grootste prestatie is, want de moeilijkste opgave. Terwijl de resultaten van de leestesten daarvoor eerder deprimerend waren, zorgen ze nu voor een drive bij de leraren. Met de doorgaande lijn en de gedeelde didactiek komt er nu ook meer structuur en rust. Daar worden leraren én leerlingen gelukkig van, want dat is de basis waarop ze goed werk kunnen leveren.” Adeline: “Onze cultuur van samenwerken heeft zeker bijgedragen aan het succes van onze nieuwe aanpak. Plus het feit dat we met z’n allen de nood tot verandering voelden en ook borgen wat wél goed gaat . Dat betekent niet dat samenwerken altijd makkelijk is. Je verschilt soms van visie en aanpak, maar je bent ook complementair. Ik ben als jongere collega impulsiever, durf vlugger iets nieuws uitproberen, terwijl mijn oudere collega structuur geeft aan mijn soms overenthousiaste plannen. Terwijl ik haar uit haar comfortzone trek, leer ik bij door haar jarenlange ervaring.” Shari: “De nieuwe minimumdoelen schrikken ons niet af. Onze gewijzigde aanpak en doorgaande lijn sluiten naadloos aan bij het curriculum Nederlands. Vanaf volgend schooljaar richten we onze focus op geïntegreerd taalonderwijs. Geen geïsoleerd aanbod meer, maar geïntegreerd in een kennisrijk thema vanuit de doelen aardrijkskunde, geschiedenis, wetenschappen, techniek, burgerschap …” “We merken nu over de verschillende vakdisciplines te veel versnippering. Als je kijkt hoe het menselijk brein werkt, dan is de rol van voorkennis cruciaal om nieuwe kennis aan vast te hangen. Voorkennis hangt dan weer nauw samen met woordenschatkennis en kennis van de wereld. En zo zetten we in alle lessen in op beter en vlotter leren lezen.” ‘Ieder kind Taalheld’ is een pakket maatregelen van de Vlaamse overheid om de kennis van het Nederlands van alle leerlingen te versterken . ‘Ieder kind Taalheld’ vertrekt van de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs, met als doel maximale onderwijskansen voor elk kind. Het bericht Technisch lezen: van zwak naar strak verscheen eerst op Klasse .
Share
Original story
Continue reading at Klasse Vlaanderen
www.klasse.be
Read full article

Summary generated from the RSS feed of Klasse Vlaanderen. All article rights belong to the original publisher. Click through to read the full piece on www.klasse.be.